Naar de navigatie

Omgevingsvergunning

Ook voor tijdelijk gebruik van een gebouw gelden regels en is meestal een Omgevingsvergunning - voorheen Bouwvergunning - nodig. De gemeente toetst aanvragen aan onder andere het bestemmingsplan, het Bouwbesluit, een eventuele lokale Bouwverordening en landelijke milieuregelgeving waaronder de Wet geluidhinder.

De afgelopen jaren is een groot aantal wetten in het ruimtelijk domein vernieuwd. Te noemen zijn de Wet ruimtelijke ordening, de Wabo en de Crisis en herstelwet. Oktober 2010 is de Wet kraken en leegstand geïntroduceerd die zowel kansen als bedreigingen biedt voor tijdelijk gebruik. Het Bouwbesluit wordt in 2012 herzien.

Vrijstelling maximaal vijf jaar; wetswijziging tot tien jaar aangekondigd
Voor tijdelijke activiteiten die in strijd zijn met het bestemmingsplan, kunnen B&W een omgevingsvergunning verlenen door artikel 2.12, tweede lid Wabo toe te passen. Deze omgevingsvergunning komt overeen met de tijdelijke ontheffing in artikel 3.22 van de Wro. De vrijstellingstermijn is in artikel 5.16 en volgende van het Besluit omgevingsrecht (Bor) gemaximeerd op vijf jaar. Dit in tegenstelling tot de termijn (twee keer vijf jaar) in de oude Wet ruimtelijke ordening. Dit heeft in de praktijk geleid tot onduidelijkheid, en de wens om de termijn aan te passen. De wetgever heeft meermalen aangekondigd de vijfjaarstermijn te willen verlengen tot tien jaar.