Naar de navigatie

Nedinsco Fabriek, Venlo

Het combineren van meerdere functies bij herbestemmingen is steeds vaker een succesformule. Dit blijkt ook uit het nieuwe leven van het Nedinsco-gebouw aan de rand van Venlo. In de oud-fabriek voor periscopen, seinlampen en afstandsmeters (1923-2007), huizen nu onder andere de gemeente Venlo, Omroep Venlo en L1 inclusief televisie- en radiostudio's. Naast kantoren zijn er 27 appartementen gerealiseerd. In oktober 2013 was de officiële opening.

Geschiedenis

Carl Zeiss
Wereldberoemd zijn de lenzen van Carl Zeis. Het bedrijf, dat nog altijd onder andere digitale camera’s van lenzen voorziet, is opgericht in 1846 in Jena (Duitsland). De onderneming groeide in de 20e eeuw uit tot wereldspeler op het gebied van o.a. camera’s, verrekijkers en afstandmeters. Omdat Zeiss ook instrumenten aan het Duitse leger leverde, werd de productie na WOI door de geallieerden aan banden gelegd. Een manier om hieraan te ontsnappen was de oprichting van een dochteronderneming in Nederland: de Nederlandse Instrumenten Compagnie. Afgekort Nedinsco.

De vestigingsplaats werd Venlo, vlakbij de grens met het moederland. Het in 1953 verzelfstandigde Nedinsco maakt nog altijd hoogwaardige optische instrumenten en systemen. In 2007 verhuisde het naar een nieuwe locatie net buiten Venlo.

Gebouw met oorlogsverleden
Nedinsco vestigde zich in 1920 eerst in een oude chocoladefabriek. In 1923 startte de bouw van het fabriekscomplex in opdracht van Zeiss als uitbreiding naast de chocoladefabriek. Het ontwerp van architect Hans Schlag omvatte verschillende fabrieksvleugels met bijbehorende toren en een machinehal. Met de voltooiing van de toren, die onder andere gebruikt werd voor de ijking van de periscopen, was het complex als ensemble afgerond. Het daaropvolgende decennium groeide Nedinsco uit tot een grote speler op zijn marktterrein met bijbehorende positieve effecten op de lokale economie.

In 1944 trof een vliegtuigbombardement de fabriek met als gevolg dat naast de toren nog weinig overeind stond. Mede omdat Nedinsco tijdens WOII voor de Duitsers spionageapparatuur produceerde, eigende de Nederlandse overheid zich het bedrijf toe. In 1953 kocht de fabrikant G. Beusker Nedinsco en hij gaf opdracht de fabriek te herstellen en delen opnieuw op te bouwen.

Oorspronkelijk ontwerp

De oorspronkelijke verzameling Bau-delen, zoals deze tussen 1921 en 1930 verrezen, vormde voor herbestemming het uitgangspunt als karakteristieke slingerfiguur van het complex. Na de sloop van de relatief recent aangebouwde laagbouw kwam het Nedinscogebouw weer vrij te liggen als kenmerkende S-vorm met een gebouwdiepte van slechts twaalf meter.

De geringe diepte van het gebouw leent zich slecht voor interne ontsluiting van verschillende programmaonderdelen. Dit leidde tot een alzijdige benadering en toegankelijkheid. De ruime verdiepingshoogte in combinatie met de grote raamopeningen geven het ondiepe gebouw de riante uitstraling die zo kenmerkend is voor de moderne en functionele bouwstijl uit de jaren '20 van de vorige eeuw. De belangrijke karakteristieken van het Nieuwe Bouwen konden in volle luister worden hersteld onder het adagium van licht, lucht en ruimte.

Het Nieuwe Bouwen
Volgens met monumentenregister van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed bezit het fabrieksgebouw van Nedinsco - toren, fabrieksvleugel en machinehal - 'cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een typologische ontwikkeling binnen de fabrieksarchitectuur in de eerste decennia van de twintigste eeuw. De architectuurhistorische waarden worden bepaald door het belang van het pand voor de bovenregionale geschiedenis van de architectuur als representant van het nieuwe Bouwen in Nederland; de esthetische kwaliteiten van het ontwerp en als voorbeeld van het oeuvre van architect Hans Schlag.'

Verder wordt het complex algemeen beschouwd als een zuiver voorbeeld van Het Nieuwe Bouwen, populair in de jaren twintig van de vorige eeuw. Bekende gebouwen uit deze stroming zijn de Witte Dame in Eindhoven, het gebouw Zonnestraal in Hilversum en de Van Nellefabriek in Rotterdam. Het Nedinscogebouw is ook wel ‘de Van Nelle van het zuiden’ genoemd.

Periscooptoren
Het is een weinig alledaags product: een duikbootperiscoop. Ze werden door Nedinsco gemaakt. Hier was wel een speciaal gebouw voor nodig vanwege het specifieke productieproces. Vandaar de 36 meter hoge toren, wereldwijd een unicum. Kenmerken hiervan zijn transparantie, flexibiliteit en stabiliteit. Want de periscopen verlieten het terrein geheel gemonteerd en afgesteld. Voor de uitrichting en ijking van lange afstanden werden de kerktorens van Venlo gebruikt. Vandaar de noodzaak voor het torengebouw.

Diederendirrix architecten heeft de oorspronkelijk hijsinstallatie en de grote deuren in de toren laten terugbrengen. Achter grote glazen panelen in de deuropening zijn - goed zichtbaar - de technische installaties voor het hele complex geïnstalleerd.

Opgave

Het industriële rijksmonument heeft, na het vertrek van het bedrijf Nedinsco naar een nieuwe locatie, vanaf 2007 leeg gestaan en was sterk verwaarloosd achtergelaten.  Al in 2006 is diederendirrix het ontwerpproces gestart met een quickscan en een haalbaarheidsonderzoek naar de ruimtelijke en technische mogelijkheden voor herbestemming van het bestaande gebouw. In een aantal opeenvolgende voorstudies zijn de mogelijkheden verkend om het steeds groeiende en alsmaar complexer wordende programma op een inspirerende maar tevens rationele en adequate wijze onder te brengen in de Nedinsco Fabriek.

Op dat moment liep nog altijd een onderzoek naar de levensvatbaarheid van een cultuurcluster als herbestemming. In het voortraject werd gezocht naar een geschikte herbestemming in combinatie met de technische uitdagingen van het gebouw en werden de subsidies voor restauratie van het rijksmonument verworven. Onder meer door het vervaardigen van het Restauratieplan in 2009. Na verstrekking van de verkregen subsidies is het project in een stroomversnelling gekomen.

In 2010 zijn de niet-monumentale aanbouwen rondom het Nedinscocomplex gesloopt. In mei 2011 maakte woningcorporatie Woonwenz bekend in het complex 27 woningen te realiseren en dat de gemeente de volledige begane grond zal gaan huren. Doordat Woonwenz eveneens de niet-rijksmonumentale delen Bau I en Bau II van de gemeente overnam is uiteindelijk het oorspronkelijke complex in zijn geheel behouden gebleven.

Oude staat hersteld

Het terugbrengen van diverse oorspronkelijke details, zoals de hijsinstallatie, was een expliciete wens en opdracht van Woonwenz. Voor het eindresultaat was het van belang hoe oud en nieuw elkaar ontmoeten. De nodige aanpassingen om een nieuw programma te huisvesten brengen een gebouw naar een volgende fase. Dergelijke ingrepen in een bestaand gebouw bieden nieuwe gebruikers een omgeving die met nieuwbouw moeilijk is te bereiken. Zo heeft een industrieel gebouw veelal hogere ruimtes en robuustere constructies dan je bij nieuwbouw aantreft.

Nedinsco kent een gefragmenteerde opbouw met een complexe historie. Door fasering in de bouw reflecteert het gebouw niet slechts één periode, maar verschillende tijdbeelden tot aan het recente verleden toe. De vraag die dit onherroepelijk opwerpt heeft betrekking op de vraag naar welk beeld of welke staat men precies terug verlangt wanneer men spreekt van herstel. Naar het idee van diederendirrix architecten is het belangrijker de groei en ontwikkeling zichtbaar te maken – als onderdeel van de historie van het gebouw – dan de terugkeer naar een statische periode in het verleden.

Door de architect is op basis van uitgebreid onderzoek van de gevelhistorie en de bouwhistorische ontwikkeling van het fabriekscomplex een nieuwe kozijninvulling en roedeverdeling bepaald, die volgens de architecten recht doet aan de geschiedenis van elk bouwdeel of gevelfragment. Wanneer referenties naar het verleden te diffuus werden gaf in het ontwerp het beeld uit 1930 de doorslag. Wanneer ook dat geen uitkomst bood, is gezocht naar een eigentijdse oplossing.

In tegenstelling tot de buitenkant, bleek het interieur in redelijke bouwkundige staat. Het authentieke trappenhuis in de toren was bij het ontwerp van grootte waarde. Vooral gezien de voor die tijd bijzondere opbouw van beton op de onderste verdiepingen en het gebruik van staal en gietijzer hogerop. Terwijl aan de buitenzijde van het gebouw ingrijpende maatregelen nodig waren, is in het interieur de oorspronkelijke betonconstructie zo veel als mogelijk zichtbaar gehouden. Hier is bewust gekozen om geen voorzetwanden of verlaagde plafonds te gebruiken, waardoor het oorspronkelijke plafond, de geschilderde lambriseringen en de specifieke details in staal en beton niet aan het oog worden onttrokken.

Hergebruik vraagt om een specifieke en gewetensvolle aanpak met aandacht en respect voor historische kwaliteiten. De ondogmatische aanpak van de architect laat zien dat daarbij eigentijdse maatregelen en materialen prima zijn in te zetten. De uitdagende betrekking tussen oud en nieuw maakt het mogelijk dat de geschiedenis op een duurzame manier wordt gecontinueerd, veranderingen in de tijd beleefbaar worden en aanpassingen in de toekomst mogelijk blijven.

Uitdagingen

Terwijl in het collectieve geheugen van veel Venlonaren het fraaie gebouwontwerp was blijven hangen, verkeerde het complex in werkelijkheid, onder de witte verflagen, in een sterk verwaarloosde staat. De constructie en de betonnen gevels waren zwaar aangetast. Een groot probleem vormde de aantasting van het beton door zwavelzuur (accuzuur) uit de voormalige accufabriek. Ondanks zuurvaste tegels op delen van vloeren en wanden is aantasting van het beton door zuren aanzienlijk. Schade aan het beton komt op alle verdiepingen voor en ook oude reparaties kwamen inmiddels los. Het zwavelzuur vormt met kalk uit het cement calciumsulfaat (gips) dat zacht en vochtig blijft. Onderzoek wees uit dat permanente bescherming tegen vocht en temperatuurwisselingen verdere vergipsing van de betonconstructies kon voorkomen. De buitenkant moest compleet geïsoleerd worden om verdere schade te voorkomen. Het inpakken van het monumentale gebouw bleek geen sinecure. De gevels waren verre van egaal met een grote verscheidenheid aan plastiek, materialen en constructies.

De architect vond het van groot belang dat de geschiedenis van het monument voelbaar en afleesbaar bleef. Bijzondere aandacht is daarom besteed aan de structuur en het reliëf van het pleisterwerk en de kleuren en roedeverdelingen van de kozijnen. Reliëflijnen en andere sporen leveren een subtiele verwijzing naar de chronologie van verschillende bouwperioden en de opeenstapeling van bouwdelen. Om deze sporen te bewaren, was een specifieke detaillering gewenst. Behoud van het al dan niet ontworpen reliëf houdt in dat littekens en ook vensterdorpels die niet meer gebruikt werden, zichtbaar zijn gebleven, zelfs na het isoleren.

Financiering

De totale investering bedraagt circa € 18.000.000 incl. BTW, exclusief de aankoop van het gebouw van circa € 8.000.000 door de gemeente Venlo. De gemeente Venlo heeft het gebouw voor € 1 overgedragen aan Woonwenz en er zijn subsidies van rijk en provincie verworven met een totaalbedrag van € 3.600.000. Woonwenz heeft zelf circa € 6.200.000 onrendabel geïnvesteerd.

Duurzaamheid

Bij de restauratie van de Nedinsco Fabriek was duurzaamheid een belangrijke component. Aangezien de aanleg van een WKO-installatie (warmte-koude-opslag) bij bestaande bouw zijn beperkingen kent, is aansluiting gezocht bij de naastgelegen nieuwbouw van Crescendo. Doordat de WKO-bron is uitgelegd voor beide gebouwen, Crescendo en Nedinsco, wordt geprofiteerd van de functiemix in de combinatie van beide gebouwprogramma's. Het rendement van een WKO-installatie wordt immers vergroot door de warmtevraag in balans te brengen met het gebruik van de koelcapaciteiten van de WKO-bron. In de praktijk bekent dit dat een aangesloten woningbouwprogramma (vooral warmtevraag met sporadisch topkoeling) bij voorkeur gecombineerd wordt met een kantoorprogramma of bijeenkomstfuncties (voornamelijk koeling). Door de keuze voor één gezamenlijke warmtepomp werkt de WKO energetische het meest efficiënt.

Ook is er een warmteterugwin-installatie (WTW) geïnstalleerd. Dit ventilatiesysteem verwarmt verse lucht met energie dat uit de warmte van de afgevoerde lucht is gewonnen. Verder zijn de vloeren aan de bovenzijde geïsoleerd, voorzien van lage temperatuurverwarming (vloerverwarming) en is isolatieglas gebruikt, op sommige plaatsen dun isolerend monumentenglas.

Remco Mulder (Diederendirrix): "Iedere vorm van bouwen moet beginnen bij een zorgvuldige afweging van wáár kan en mag worden gebouwd. Een bouwwerk kan pas duurzaam zijn als het op de juiste plek staat. Ook een hoogwaardig gebouw dat is gemaakt volgens de Cradle to Cradle-principes, maar op een dergelijke ‘verkeerde’ plaats is neergezet, zal op kortere termijn worden afgeschreven en niet duurzaam blijken door een gebrek aan waardering ervan. Een duurzaam gebouw in een niet duurzame omgeving is geen lang leven beschoren. Niet alleen overwegingen van planologische aard, maar ook de aard en de kwaliteit van het stedelijke weefsel spelen hierbij een rol. Pas als de directe openbare omgeving van een gebouw van goede kwaliteit is, krijgt een gebouw de kans zich van zijn duurzame kant te laten zien.

Als je iemand naar zijn favoriete gebouw vraagt, dan wordt negen van de tien keer een gebouw in een historische context genoemd. Dat deze gebouwen als duurzaam worden gewaardeerd, heeft niets te maken met duurzaam ontwikkelen en bouwen maar veeleer met het feit dat de ruimtelijke situatie is opgewassen tegen een permanente ‘gebruiksdruk’ en elke vorm van verandering weet op te vangen. Vaak is het daarbij niet alleen de waardering van het gebouw zelf die de duurzaamheid bepaalt maar de totale context waarin het gebouw is geplaatst, dus gebouw en omgeving samen. Door een goede ruimtelijke constellatie kan sprake zijn van voldoende resistentie tegen de tand des tijds."

Stedenbouwkundige context

Remco Mulder (Diederendirrix), de herbestemmingsarchitect van het Nedinsco-project: "Het monument Nedinsco vormt de spil van het Plan Maaswaard. Het plan Maaswaard is, naast de Maasboulevard en Q4, het derde grote stedenbouwkundige project in en rond de Venlose binnenstad. De herstructurering van het oude door industrie gedomineerde Venlo-Zuid zal over enkele jaren resulteren in een geheel nieuw profiel van Venlo aan de Maas. Het is daarbij de kunst op zorgvuldige manier om te gaan met waardevolle cultuurhistorische relicten.

De informele openbare ruimte, die rondom Nedinsco geconcipieerd is, zorgt voor een alzijdige benadering van het complex. Van deze alzijdigheid wordt dankbaar gebruik gemaakt door de toegangen van de verschillende programmaonderdelen te verspreiden. De beperkte diepte van het gebouw speelt bij deze overweging een belangrijke rol. De plint van Nedinsco, de volledige begane grond van de bouwdelen I t/m IV, krijgt een publieke functie door een deel van het stadskantoor hier onder te brengen. Aan de overkant van de Molensingel wordt op dit moment het nieuwe stadskantoor van Venlo gebouwd. Door de programmatische verbinding tussen het nieuwe stadskantoor en de Nedinscofabriek wordt de ruimtelijke verbinding tussen de gebouwen in Maaswaard versterkt. In de stedenbouwkundige uitwerking en het ontwerp van de openbare ruimte is het bijzonder rekening gehouden met de nieuwbouw van het naastgelegen woonzorgcomplex Crescendo. Crescendo vormt de derde stedelijke wand van het nieuwe Nedinscoplein en kent tevens vanwege zijn woonbestemming een programmatische verwantschap met de Loftappartementen in Nedinsco."

Huidig gebruik: functiemix succesformule

Het huidige gebruik van de Nedinsco Fabriek is een mix van wonen en werken. Er zijn door Woonwenz 27 starterswoningen gerealiseerd waarvan de meeste in het sociale huursegment vallen. De appartementen zijn binnen korte tijd allemaal verhuurd. De gemeente Venlo vestigt twee afdelingen van het naastgelegen stadskantoor in aanbouw op de benedenverdieping van de Nedinsco Fabriek.

Verder is door de vestiging van mediabedrijven een 'mediahuis' ontstaan. Zo houden Omroep Venlo en de Limburgse publieke omroep L1 er kantoor met hun redacties en worden de opnames gemaakt voor de diverse radio- en televisie-uitzendingen. Daarnaast huren diverse bedrijven uit de creatieve sector ruimte in het complex. Zo is ondernemerscollectief Toren Vijf op de vijfde verdieping van de Nedinscotoren te vinden.

"De functie-invulling was uiteraard de verantwoordelijkheid van Woonwenz als eigenaar en verhuurder", aldus Peter Renkens, projectleider bij Woonwenz en verantwoordelijk voor de gebiedsontwikkeling van Maaswaard. "Een van de voorwaarden van Woonwenz om Nedinsco überhaupt over te nemen en te herbestemmen was dat er robuuste functies gevonden zouden worden. Niet alleen vanwege de noodzakelijke huurinkomsten (en het daarmee binnen de perken houden van de onrendabele top), maar ook omdat Woonwenz geen lege hulzen restaureert. De organisatie wil monumenten en andere beeldbepalende gebouwen altijd een nieuwe functie meegeven passend bij de directe omgeving. Zo is er bij de Nedinsco Fabriek bewust gekozen voor mediafuncties en gerelateerde beroepen, mede vanwege het effect op de uitstraling voor het gebied Maaswaard - dat door Woonwenz en de gemeente herontwikkeld wordt - en de relatie van media met de Bauhaus-architectuur (openheid en transparantie). Als woningcorporatie was het voor ons duidelijk dat ten minste een deel van het gebouw een woonbestemming zou moeten krijgen. Daarnaast had Woonwenz zich ten doel gesteld om een deel van het gebouw publiek toegankelijk te houden middels een horecafunctie. Inmiddels hebben we voor de bovenste verdieping van de toren (incl. dakterras) een horecapartij gevonden. Medio november 2013 start hier de Yagua Skybar."

Volgens Remco Mulder (Diederendirrix) komt in de huidige (economische) tijd een verzameling aan functies bij herbestemmingen steeds vaker voor. Mulder: "Momenteel is het vinden van slechts één passende functie met eveneens voldoende financiële mogelijkheden zeer moeilijk. Aangezien samenwerkingsverbanden tevens de risico’s in de exploitatie spreiden blijkt dit nu inderdaad een succesformule. Over de samenhang van de verschillende bestemmingen kan ik over het algemeen zeggen dat de functies wel passend moeten zijn binnen de stedelijke context. En de comfort-eisen van de gebruikers moeten te realiseren zijn binnen de monumentale status van het gebouw. De verschillende functies hoeven niet per se een duidelijk zichtbare samenhang te kennen, maar moeten elkaar niet in de weg zitten (denk aan logistiek en geluidkwesties). De voorkeur is wel te streven naar synergie aan functies, omdat onderlinge gebruikersconflicten vaak geen fraaie bouwkundige oplossingen vragen. Overigens is er binnen de programma’s van Nedinsco ook sprake van een zekere synergie. Dit betreft bijvoorbeeld de samenwerking binnen de verschillende mediabedrijven. Zo worden de radio- en televisiestudio's en antennevoorzieningen van de lokale Omroep Venlo en regionale omroep L1 met elkaar gedeeld."

Peter Renkens: "Woonwenz heeft zich vanaf het begin van de jaren negentig gespecialiseerd in het behoud en de herbestemming van cultureel erfgoed en andere beeldbepalende gebouwen vanwege de positieve impuls die dergelijke gebouwen hebben voor hun directe omgeving - mits ze een goede functie krijgen - en daarmee voor de leefbaarheid en de waarde van ons vastgoed in die omgeving. Eerder hebben wij onder andere de voormalige Rijks HBS, het Metropole complex, het voormalige slachthuis en Domani (cultuurpodium in oude Dominicanenkapel) gerealiseerd."

Meer informatie