Naar de navigatie

Van Nellefabriek

De voormalige Van Nellefabriek in Rotterdam (bouw 1925-1931) is een van de bekendste voorbeelden van het Nieuwe Bouwen. Het complex omvat drie transparante productieruimten in beton, staal en glas: de voormalige tabaks-, koffie- en theefabriek. Daarnaast is er een losstaand kantoorgebouw. Na het vertrek van Van Nelle in de jaren '90 is het concept de Van Nelle Ontwerpfabriek ontwikkeld voor bedrijven op het gebied van design en communicatie.

De opgave

Het realiseren van een prettig binnenklimaat in een pand met enkelbeglaasde vliesgevels en het verbeteren van de duurzaamheid zonder in te leveren op de monumentale waarden.

Aanpak

Gezien de beeldbepalende gevels was dubbele beglazing uitgesloten net als ingrepen in de historische constructie en detaillering van de gevels. Gekozen is voor het creëren van klimatologische overgangszones tussen het binnen- en buitenmilieu. Achter de bestaande gevels zijn isolerende binnenpuien geplaatst. De ruimten tussen de historische gevels en de nieuwe gebruiksruimten vormen nu een klimaat- en geluidsbuffer. Om de hoeveelheid luchtkanalen te beperken is gekozen voor een halfgebalanceerd ventilatiesysteem. Aan de westzijde is van de tussenruimte een klimaatgevel gemaakt waardoor de aangevoerde lucht in de winter voorverwarmd wordt door de zon, terwijl zonwering van aluminium lamellen de directe zoninstraling weert. In de zomer kan de warmte ontsnappen door de geautomatiseerde taatsramen in de oorspronkelijke gevel. Onder een verhoogde vloer vindt in deze zone de verdeling van kanalen en leidingen plaats.

Duurzaamheidsmaatregelen

Energiebesparende maatregelen

Door de ruimte tussen de oude gevels en de nieuwe puien wordt het energieverbruik gereduceerd: in de tussenruimte aan de zuidwestzijde wordt in de zomer het teveel aan zonnewarmte weggevangen, in de winter wordt hier de koude ventilatielucht juist voorverwarmd. Dit gebeurt met zonwering die is opgehangen in de tussenruimte, het automatisch openen en sluiten van de taatsramen in de oorspronkelijke gevel en regulering van de ventilatielucht via suskasten in de nieuwe achterzetpuien. Aan de schaduwrijke noordoostzijde van het gebouw is de tussenruimte voornamelijk een overgang tussen binnen en buiten die in de winter de warmteverliezen beperkt. Het binnenklimaat is hiermee hoofdzakelijk met bouwkundige middelen gerealiseerd waardoor er minder ingrepen in de historische constructies nodig waren, er minder onderhoudsgevoelige techniek is toegepast en er minder energie wordt verbruikt.

Het oorspronkelijk voor stoomverwarming gebruikte oude radiatoren- en leidingensysteem, is gereviseerd en geschikt gemaakt voor warmwaterverwarming. Het systeem is geoptimaliseerd door een hoogrendementsketel te installeren. De oude ketel is vanwege zijn historische waarde behouden.

De fabriek is destijds ontworpen op maximale daglichttoetreding en kan met minder kunstlicht toe, wat het elektriciteitsverbruik beperkt. Bovendien zijn de zolderingen net als in de oorspronkelijke fabriek geschilderd in een lichte, reflecterende kleur. De nieuwe armaturen maken voor tweederde gebruik van indirecte verlichting en kunnen daardoor volstaan met een lager verlichtingsniveau (200 lux) dan wat tegenwoordig in kantoren gebruikelijk is. Alle nieuwe achterzetpuien zijn voorzien van grote glaspartijen om de daglichttoetreding niet te hinderen.

Waterbesparende maatregelen

Oorspronkelijk was de Van Nellefabriek niet aangesloten op het waterleidingnet. Drinkwater kwam uit de grond. Voor toiletspoeling werd geen kostbaar drinkwater gebruikt, maar zogeheten ‘grijs’ water dat werd betrokken uit de Schie. Later werd werd ook ‘grijs’water gebruikt voor de brandkranen en het sprinklersysteem. De architect heeft dit grijswatercircuit gehandhaafd voor alle historische toiletten, het sprinklersysteem en de brandkranen. De duurzaamheid is verder verbeterd door ook alle nieuwe toiletgroepen aan het sluiten op het grijswatersysteem. 

Materiaalgebruik

Bij de herbestemming is zo min mogelijk ingegrepen of gesloopt, waardoor onnodige milieulast is voorkomen. Aan de gevels is alleen strikt noodzakelijk onderhoud verricht: van de glaspuien zijn alleen de gebroken ruiten vervangen. Nieuwe binnenpuien zijn van aluminium en diverse glassoorten. Nieuwe dekvloeren zijn van schuimbeton en anhydriet, afgewerkt met een gietvloer.

Financiering

  • Restauratiesubsidie van de voormalige RDMZ (nu Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) waarvan een deel laagrentende lening
  • Gemeente Rotterdam: bijdrage in de aankoop van het complex.

Leerpunten

Door de klimaatbeheersing hoofdzakelijk met bouwkundige middelen op te lossen kon het toevoegen van nieuwe installaties beperkt blijven. Niet onbelangrijk in een gebouw dat op daglichttoetreding is ontworpen en waarbij de plafonds vrij moeten blijven van leidingen om het daglicht diep te laten binnendringen. Het beheersen van het binnenklimaat met bouwkundige middelen – vooral de klimaatregulerende gevel aan de zonzijde die zomerhitte weggevangt en koude ventilatielucht voorverwarmt – beperkt bovendien het energieverbruik.

Duurzaamheidsprestaties die het gebouw al leverde zijn bij de herbestemming verder uitgebuit. De goede daglichttoetreding – en daarmee het lagere elektricteitsverbruik –  is uitgebuit door te werken met een lager verlichtingsniveau dan gebruikelijk. Daarnaast is het historische en milieuvriendelijke grijswatersysteem nog beter benut door er ook de nieuwe toiletgroepen op aan te sluiten.

Historische installaties zonder functie – zoals hier de oude verwarmingsketel – kunnen door hun historische waarde belangrijk genoeg zijn om ze toch te behouden, ook al worden ze niet meer gebruikt.

Meer informatie

Een uitgebreide projectbeschrijving van dit project en verdere informatie over duurzame monumentenzorg is te vinden in het Handboek Duurzame Monumentenzorg. Theorie en praktijk van duurzaam monumentenbeheer (zie hieronder).

Contactpersoon: Wessel de Jonge Architecten BNA BV, info@wesseldejonge.nl , 010-4259986.